De overheid stelt een hoogtebeperking van 120 meter in per 1 juli 2015 voor vliegen met modelvliegtuigen. Een uitzondering wordt gemaakt voor KNVvL-modelvliegclubs, die op de vertrouwde maximale hoogte van 300 meter kunnen blijven vliegen.

De laatste jaren hebben de multikopters een overweldigende opmars gemaakt binnen de modelvliegwereld. Van een paar tientjes kostende modellen, verkrijgbaar bij Bart Smit en HEMA, tot duizenden euro’s kostende multikopters met uitgebreide camera’s die in de pers steevast worden aangeduid met ‘drones’. Ze hebben de modelvliegfamilie explosief doen toenemen.
We zijn als KNVvL blij met een toenemende belangstelling voor het modelvliegen. Toch is er ook een keerzijde aan deze medaille. Vanuit de bemande luchtvaart worden er steeds vaker ‘sightings’ van drones gemeld en in een enkel geval is er sprake van een ‘near miss’. Dit is met name het geval bij politie- en trauma heli’s.

De overheid heeft zich daarom genoodzaakt gezien maatregelen te treffen. Eerder al is het commerciële gebruik van modelluchtvaarttuigen gescheiden van het recreatieve gebruik en zijn er strenge voorwaarden gesteld voor het mogen uitvoeren van commerciële vluchten om onder andere luchtbeelden te kunnen maken. Omdat veel van de, wat we gem
akshalve maar even de ‘nieuwe multikoptervliegers’ noemen, in tegenstelling tot de meeste kla
ssieke modelvliegers, niet echt een besef van veiligheid in het luchtruim lijken te hebben, heeft de overheid aangekondigd per 1 juli 2015 een hoogtebeperking van 120 meter in te stellen voor vliegen met modelvliegtuigen.

In de loop der jaren heeft de KNVvL een goede band weten op te bouwen met de overheid en ook met de luchtvaartpolitie. In het overleg dat plaats heeft gevonden voorafgaand aan het besluit een hoogtebeperking in te stellen, met onder andere vertegenwoordigers van de KNVvL, hebben de wetgevende instanties laten weten veel waarde te hecht
en aan het veiligheidssysteem wat door de KNVvL en de daarbij aangesloten clubs wordt gehanteerd. Dit Basis Veiligheidsreglement Modelvliegsport (BVM) biedt onder andere door middel van een volwassen systeem van opleidingen en breveteringen een houvast voor het verantwoord medegebruik van het luchtruim. Het maakt de KNVvL modelvlieger zich bewust van de gevaren en bekwaam in de beoordeling ervan.

Daarom heeft de overheid besloten voor wat betreft de hoogtebeperking een uitzondering te maken voor het vliegen bij clubs die aangesloten zijn bij de KNVvL. We beschouwen dat natuurlijk niet alleen als een compliment voor de jarenlange inzet van de KNVvL op het gebied van veiligheid, maar we zijn tevens erg blij als KNVvL dat dit vertrouwen ook uitstraalt naar onze aangesloten clubs die daarmee op hun vertrouwde maximale vlieghoogte van 300 meter kunnen blijven vliegen.

Nog even belangrijk om te melden is dat de uitzondering op de hoogtebeperking dus geldt voor de clubs waarbij gevlogen wordt. KNVvL-leden die bij een andere club vliegen moeten zich gewoon aan de hoogtelimiet van 120 meter houden. Andersom is het wel zo dat niet KNVvL-leden die als gastvlieger vliegen bij een KNVvL-club ook tot 300 meter mogen vliegen.

Per 1 juli zal de nieuwe regeling in zal gaan, zoals die hier is gepubliceerd. Het gaat voor de recreatieve modelvliegers dan met name om artikel 19. De overige artikelen hebben betrekking op het commerciële gebruik. Het ministerie van Milieu en Infrastructuur is op dit moment al weer druk bezig met nog een verdere aanscherping van de regels rondom het vliegen met drones. We zijn als KNVvL hierbij een van de belangrijke gesprekspartners. Over de verdere voortgang van de invoering van deze regeling houden we je op de hoogte. Letterlijk en figuurlijk dus.